Sabrina en Almar ontdekken...........

Kootenay Nationaal Park, Lake Louise en Emerald Lake in Yoho Nationaal Park

Geen mannetjes Big Horn Sheeps gezien, ook niet toen wij vanochtend zigzaggend door het dorp zijn gereden. 

Kootenay National Park stond op het programma. Duidelijk minder bezocht dan Jasper en Banff. Oude huisjes en ook bezienswaardigheden die afgesloten waren omdat een brug weg gespoeld was. Gelukkig wordt die volgens de borden herfst 2017 herplaatst (geen typfout!).

Paint Pots, 3 vijvertjes met gele en rode kleur, konden we niet bereiken omdat het pad totaal blubber was. Onze schoenen waren al wel geel geverfd.

De bergen van de Rocky Mountains zaten al flink onder de sneeuw. Met de zon er bij waren ze zeer indrukwekkend. Via Lake Louise, wat nu in dit jaargetijde nog steeds zeer druk is en er zelfs een dorpje bij gebouwd is, gingen we naar Emerald Lake. In de lodge aan het meer, wat niet onder doet voor Lake Louise, zouden we overnachten. Een zeer mooie omgeving midden in Yoho National Park en omgeven door hoge bergtoppen van de Rocky’s. Ook het water van het meer is zeer helder en turquoise. De lodge is al oud en dat is ook wel aan te zien aan het onderhoud. In de zomer moet het een fortuin kosten om er te verblijven. Wij vinden het nu wel OK. Oud Engelse stijl ingericht met een eigen openhaard. Die gebruiken we maar aangezien het onder het vriespunt is.


Donderdag 17 oktober 2019

We vertrekken vroeg. Om 8:00 uur rijden we weg in de richting van Calgary. Eerst via de Takkawwaw falls, maar die weg is gesloten. Dan maar verder richting Bow Valley road, de tegenhanger / verlenging van de Icefield Parkway. Ook weer een mooie weg door de bergen met uitzichten. De zon begint te schijnen dus we genieten van alle uitzichten.

In Banff bezoeken we het centrum met de oude gebouwtjes en winkelstraat. Grappig om te zien. Wat oude Engels aan doende gebouwen met de meest hedendaagse winkels en vooral vreetgelegenheden.

Voor de spits zijn we in Calgary en ons hotel. In het hotel loopt Sabrina en stevige pas de lift naar onze kamer voorbij. Almar zwaait haar uit naar haar nieuwe leven in dit, toch best wel, relaxte land.

Morgen helaas het vliegtuig weer in.

Icefield Parkway naar Golden en Kootenay National Park

Gisteren de vastgestelde menu’s en buffetten in verband met het lange weekend van Thanks Givingday kunnen ontwijken in een Bistro. Goed gegeten. Om 9.00 uur vanochtend nog bij de bakker 2 kaneel broodjes en 2 andere zoete snacks gehaald en naar de Icefield Parkway gereden. 1 van de mooiste wegen ter wereld door de Rocky Mountains. Het is helder en de wolken hangen rond de bergen. Je ziet veel maar af en toe betrekt het. Op sommige momenten komt zelfs de zon door de wolken heen. We zien weer Wapiti’s staan met grote geweien.

De eerste stop is Athabasca waterval. Deze valt door een kloof in de bergwand. Heel helder blauw water wat uitkomt in een kreek en door kabbelt.

Wij maken verschillende stops bij meren en kreken die wij 11 jaar geleden niet hebben bezocht of niet meer kunnen herinneren. De weg gaat door een landschap met naaldbomen en wat oranje loofbomen. Maar hoe verder we rijden des te meer sneeuw ligt er. De foto’s zeggen genoeg. Door het weer is Pyto Lake niet te bereiken. De weg is afgesloten in verband met de zware sneeuwval. Maar Hector Lake heeft een zelfde kleur maar ligt iets verder weg tegen de bergen.

Via Yoho National Park rijden we naar Golden om te overnachten. Een dorpje met veel woonwagens en weinig uitstraling, wat luguber ziet het er uit. We maken ons wat zorgen om te overnachten. Maar hadden we de snelweg in eerste instantie 1 kilometer verder door gereden dan hadden we direct volop keuze gehad in hotels en restaurants. Goed gegeten bij de Japanner, a la carte ondanks “Thanks Giving” en overnacht met de volgende ochtend ontbijt, dat was al even geleden.


Dinsdag 15 oktober 2019

Vanochtend van Golden 100 kilometer naar Radium Hot Springs gereden. In dit dorp beginnen de Kootenays. Dit park is minder bekend en ook in de Rocky Mountains. Het dorp staat ook bekend om zijn Big Horn Sheeps die er rond moeten lopen. De weg naar Radium is erg mooi. Bijna een goed alternatief voor de Icefield Parkway, maar daarvoor is het mooie gedeelte langs een spoorweg, grasland afgewisseld met meren en bergen met besneeuwde toppen er achter net iets te kort. Maar de omgeving is zeker een aanrader gecombineerd met het Nationale Park Kootenays. We stoppen in het park bij een uitzichtpunt over het dal. En een meer met de toepasselijke naam “Olive lake”. Olijf groen met heel helder water waardoor de berg erachter mooi reflecteert in het meer dat vol ligt met boomstammen. De entree naar het park tussen de bergrotsen door is al een beleving op zich. Morgen gaan we de gehele Kootenays door naar onze overnachting aan Emerald Lake wat iets weg heeft van Lake Louise in Banff National Park.

Tot nu hebben we wel Big Horn Sheeps gezien maar niet de mannetjes met de volgroeide karakteristieke hoorns. Hopelijk zien we ze zo wanneer we door het dorp, wat op een Oostenrijks Bergdorp lijkt, naar ons restaurant lopen. 

Wells Gray en naar Jasper

Regen, sneeuw en kou. Dat omschrijft de dag. We gaan toch op weg maar zien de gehele dag geen wild. Begrijpelijk met dit weer.

We gaan zo ver mogelijk het park in en halen wat herinneringen op van 11 jaar geleden. DE plek waar we hebben gestaan met de camper en waar we de beer met 2 jongen en een vader die naar hun toeterde met de claxon van de camper. We herkennen de plekken nu weer. Er is in 11 jaar weinig veranderd gelukkig.

Ondanks de bewolking en zeer lichte miezer besluiten we de Helmcken falls rim trail te lopen. Voor de meesten ruim 3 uur heen en weer naar de bovenkant van de hoge waterval. De heen weg doen we door het bos in nog geen uur. Daar aangekomen 1 grote mistwolk. We zagen de rivier overduidelijk, ook waar het water begint aan de val maar de waterval zelf is gehuld in nevelen. Ook na even wachten. Zonde van de wandeling. En langzaam gaat het harder regenen en besluiten we na de loop maar naar het huisje te gaan. Het is ondertussen borreltijd geworden (door manipulatie van de klok).

Eten doen we in ons huisje omdat de dichtstbijzijnde restaurant 40 kilometer ver is. En het is aardedonker om ons huis. Er kan blijkbaar geen licht aan buiten en wij zijn de enige. Om 19.30 uur wordt er op de voordeur geklopt, wetende dat er niemand verder in de buurt is in dit park. Is dit dan het begin van de ijzersterke horror film? Nee, het zijn  de andere huurders van de 2e cottage. Die krijgen de eigenaresse niet te pakken. We geven ze de wifi code en wensen ze veel succes met contact krijgen. Meer kunnen wij ook niet doen. Na 15 minuten kloppen ze nogmaals aan en vragen of wij binnen zijn gekomen met een 4 cijferige code. Dit was zo en eindelijk konden zij naar binnen. Dit moet niet te vaak gebeuren in deze omgeving.


Zondag 13 oktober 2019

Het regent nog en we besluiten vroeg op weg naar Jasper te gaan. We bezoeken nog Sapatha waterval, een bijna gelijkwaardige aan Helmcken maar minder hoog maar ook mooi en heel even is het regenen minder geworden. De waterval zit in de wolken maar na een paar minuten komt deze toch even te voorschijn. Om om 9.00 uur Wells Gray te verlaten. De gehele dag regent het. We stoppen nog bij een kleine waterval en rijden vervolgens Alberta in. We rijden Jasper voorbij omdat we ergens een plek hebben gelezen waar Big Horn Sheeps zich vaak bevinden. En dit klopt, jongen en vrouwtjes. Helaas zonder de mannetjes. De weg er naar toe zien we ook nog een mannetjes Elk (Wapiti) met een gewei en op de terugweg de rest van zijn familie.

Morgen onze eerste poging om de Icefield Parkway te bekijken. Hopelijk nu zonder mist als 11 jaar geleden.

Aankomst in Wells Gray Provincial Park

Inkopen doen in 100 Mile House (ja echt een dorp) omdat we 2 dagen midden in een park zitten zonder restaurant en winkels om ons heen. Het is druk omdat het een lang weekend is voor de Canadezen, Thanksgiving is het aanstaande maandag.

De route gaat verder door het binnenland over de 24. Wat ruig landschap met kleine dorpjes. Veel landbouw.

Het is de laatste dagen erg goed weer, zonnig maar heel erg koud. We komen overdag net boven het vriespunt. Maar in de zon is het lekker. Om 14.00 uur komen we aan in Wells Gray. Na wat informatie te hebben opgehaald over het park direct naar de hoogste waterval Helmcken falls. Deze dondert naar beneden van 141 meter. De 4e hoogste van Canada. Maar eerst, op 500 meter afstand van onze Cottage, zien we een beer rustig grazen in het weiland. Kijkt regelmatig op wat er om hem heen gebeurt, om vervolgens weer door te grazen. Almar loopt wat langs de weg en daar is de beer wel geïnteresseerd in. Terug naar de auto. Er zit nog prikkeldraad tussen auto en beer maar veiligheid voor alles.

Helmcken falls wordt bekeken. Vreemd hoe het geraas van een waterval van die hoogte zo verstomd klinkt. Het valt ook in een soort kom van de berg. 

Omdat het nog steeds zonnig is direct door naar de kleine Niagara waterval, Dawson falls. Deze raast met veel water de afgrond in. Een brede maar niet heel hoge waterval, maar wel heel veel water. Een mooie omgeving.

Van Harrison Hotsprings naar Cache Creek

Vandaag een soort tussen dag. We rijden via de 1 en de 12 (aanrader) naar het noorden in de richting van Wells Gray Provincial Park. Daar hopen wij morgen aan te komen. Een dag eerder dan eerst gepland. Maar onze cottage heeft nog een huisje vrij dus dat komt voor ons goed uit. 10 jaar geleden hebben we dit park ook bezocht maar nu willen we nogmaals zien waarom het zo mooi is.

Onderweg zagen we onze eerste Big Horn Sheep, helaas niet met de grote gekrulde hoorns. We denken dat het een vrouwtje was.

We overnachten vannacht in Cache Creek. Een niets zeggend dorpje waar je echt overnacht op doortocht. Er is niets en verder ook niets te beleven behalve een grappige eigenaar van een Motel. Die gokt of we uit Engeland of Australie komen. En als we uit Nederland komen dan zijn we geïmporteerd. Tja!

Laatste dag Vancouver Island met beer 4, 5 en 6

Rondom ons motel verder geen beer meer gezien. Wel een voorruit dat bevroren was. Hebben we op onze Jeep een mooie functie voor zitten. 2x op de startknop van de afstandsbediening drukken en de motor gaat draaien. Alle deuren nog op slot en je zit rustig aan je koffie. Niets zeggen tegen de Groene Brigade!

We gaan nog even naar Stamp River Provincial Park. En zien weer 3 beren langs het meer lopen. Helaas waren ze te snel op verschillende plekken om foto? te maken. Wij naar beneden naar de rand van het meer waar we ze zagen. Geen spoor meer te bekennen. Best wel angstig om op de plek te lopen waar een paar minuten er voor beren hadden gelopen. Het park is rondom een rivier en een meer gesitueerd. Doordat het zo koud is geweest stoomt het water van de waterval en het meer. Dit met de bebossing er omheen maakt het heel mysterieus. een mooie omgeving.

Om 10.00 uur gaan we richting de veerboot. 2 dagen eerder dan we hadden gepland maar we hebben het mooie eiland wel gezien. We boeken een nacht extra in Wells Gray. Daar waar we ruim 10 jaar geleden een mooi park aantroffen wat we nu verder willen verkennen.

Tijdens de boottocht zien we op afstand nog 4 bultruggen zwemmen. Ook te ver om een goede foto van te nemen helaas. Na een file van 30 minuten zijn we nu aangekomen in het lieve Harrison Hot Springs. Wij zijn verre de jongste hier.

Vancouver Island: via Duncan en Port Alberni naar Campbell River


Vrijdag 4 oktober

De wandeling van de dag ging door het Beacon Hill park. Hier staat de langste vrijstaande totempaal. Meer dan 50 meter hoog. Was een inspanning van iemand in de jaren 50 van de vorige eeuw.

Verder het schiereilandje van Victoria rondgelopen langs de oceaan. Halverwege zagen we 3 otters in het water. Ons eerste echte wild. Verderop kwamen we uit bij Fishermanswarf. Gekleurde drijvende huisjes wat behoorlijk commercieel is. Een aantal zijn woningen maar het meeste fastfood hutjes.

De wandeling eindigde in het centrum van Victoria. Hiermee hadden we het stadje wel gezien. Na een koffie bij Starbucks op zoek naar een supermarkt om in te slaan voor de komende dagen in de auto. ‘s Avonds de verlichte gebouwen bekeken en bijtijds naar bed. 


Zaterdag 5 oktober 2019

We vertrokken rond 9 uur uit Victoria, eindbestemming Port Alberni. Na eerst verkeerd gereden te hebben, omdat we onze navigatie nog inclusief veerboot hadden ingesteld staan, een tussenstop gemaakt in Duncan. Hier heb je door het centrum een rondleiding langs totempalen. Er staan er hier tientallen. Dit om Duncan op de toeristische kaart te zetten een aantal decennia geleden. De zon brak door en door dit oude dorpje met zijn laagbouw was het een afwisseling op het auto rijden. Sabrina heeft alle totempalen op de foto gezet.

Onderweg in het plaatsje Youbou 2 elken zien liggen in het gras bij een woning. Deze keer kwamen ze niet achter ons aan.

Aangekomen in Port Alberni, waar het beer seizoen is, hebben wij langs de kade van de rivier beren proberen te zien. Dit moest een heel grote kans geven. Helaas geen beer maar wel een zeeleeuw die op vis aan het jagen was. In onze B&B werden we ontvangen door de eigenaresse. Zij had beren in haar achtertuin gehad meerdere keren en ook kort geleden. Wij hebben alleen lompe beren gezien.


Zondag 6 oktober 2019

Vanochtend voor het ontbijt nog langs de waterlijn gekeken, teller bleef op 0 staan qua beren. Blijkt onze huisgenoot wel op hetzelfde moment een beer in de achtertuin te hebben gezien. Gelukkig heeft hij ons niet geroepen.

Na het ontbijt naar Stamp River Provincial Park. Hier moeten ook beren zijn. Mooi park met korte wandelpaden. Even 300 meter redelijk steil omhoog naar een uitzichtpunt. Hier spreekt een man ons aan: “Tat dee zien a beer daaro”. Duidelijk Nederlanders en wij verlossen hem uit zijn lijden. Wij zijn ook Nederlanders. Heel ver weg zien wij nog een glimp van iets zwarts dat beweegt in het water. Na een foto identificeren wij inderdaad een beer maar wel erg korrelig. We wachten nog een kwartier en ineens staat onderaan de berg in het water de zwarte beer in het water. Badend en zittend in de rivier. Na ongeveer 20 minuten sprint hij het bos in.

Wij vervolgen ook onze weg naar het noorden van Vancouver Island met als tussen stop Campbell River. De weg gaat langs de zee want de doorgaande snelweg is zeer saai de eerste kilometers. Wij nemen dus de 19A. Zien onderweg nog zeeleeuwen op pontons liggen. En rijden door kleine dorpjes op goed verharde wegen.

In Campbell River een wandeling gemaakt door een stuk van Strathacona Provincial Park naar een waterval en een hangbrug. Het is zondag en druk met dagjes mensen. Morgenochtend gaan we nog eens langs bij een zalmkwekerij waar we gaan kijken waar de aangekloven zalmen door ontstaan zijn.

Campbell River naar Port McNeill en Noord Eiland

Er waren meer aangekloven zalmen maar geen dader te vinden. Dan maar in de regen door naar het uiterste noorden van Vancouver Island. Onderweg zoveel mogelijk langs de kust proberen te rijden over de oude snelweg 19A. Mooie route door dorpjes, echte ruige visser plaatsjes. Laagbouw ongecoördineerd wat rommelig aandoet.

Langs de weg zijn we gaan lunchen bij een aantal pontons op het water. Na een paar seconden kwamen we door het kabaal er achter dat het vol zeeleeuwen zat. Met het blote oog lastig te zien maar de camera haalde dit makkelijk naar voren. De rest van de weg ging door de heuvels vol met bomen. Maar dat is schijn. Wanneer je goed door de bomenrij heen keek zag je dat op heel veel plekken het bos kaal gehaald was door de houtindustrie. En dat is echte een industrie hier. Ook met de nodige tegenstanders.

Rond het middaguur kwamen we aan bij Port Alice, een klein dorpje midden in het achterland richting de Stille Oceaan, in licht aan een diepe inham. De weg er naar toe reed langs meertjes en ook door bos en ergens halverwege stak een relatief kleine beer de weg over. Deze was zeker nog niet volgroeid. Kort bleef hij naast de auto lopen om vervolgens het bos richting het meer in te schieten.

Kort nog even een stop gemaakt in Telegraph Cove. Een oud vissersdorpje op palen wat nu een hotel is. En als we al het asfalt er omheen mogen geloven dan willen we hier niet in de zomer zijn.

De overnachting was voor ons in Port McNeill. Ruig vissersdorp waar niets te beleven valt.