Sabrina en Almar ontdekken...........

Campbell River naar Port McNeill en Noord Eiland

Er waren meer aangekloven zalmen maar geen dader te vinden. Dan maar in de regen door naar het uiterste noorden van Vancouver Island. Onderweg zoveel mogelijk langs de kust proberen te rijden over de oude snelweg 19A. Mooie route door dorpjes, echte ruige visser plaatsjes. Laagbouw ongecoördineerd wat rommelig aandoet.

Langs de weg zijn we gaan lunchen bij een aantal pontons op het water. Na een paar seconden kwamen we door het kabaal er achter dat het vol zeeleeuwen zat. Met het blote oog lastig te zien maar de camera haalde dit makkelijk naar voren. De rest van de weg ging door de heuvels vol met bomen. Maar dat is schijn. Wanneer je goed door de bomenrij heen keek zag je dat op heel veel plekken het bos kaal gehaald was door de houtindustrie. En dat is echte een industrie hier. Ook met de nodige tegenstanders.

Rond het middaguur kwamen we aan bij Port Alice, een klein dorpje midden in het achterland richting de Stille Oceaan, in licht aan een diepe inham. De weg er naar toe reed langs meertjes en ook door bos en ergens halverwege stak een relatief kleine beer de weg over. Deze was zeker nog niet volgroeid. Kort bleef hij naast de auto lopen om vervolgens het bos richting het meer in te schieten.

Kort nog even een stop gemaakt in Telegraph Cove. Een oud vissersdorpje op palen wat nu een hotel is. En als we al het asfalt er omheen mogen geloven dan willen we hier niet in de zomer zijn.

De overnachting was voor ons in Port McNeill. Ruig vissersdorp waar niets te beleven valt.

Van Amsterdam naar Vancouver naar Victoria

Woensdag 2 oktober 2019

Om 7:00 uur vertrokken vanaf Schiphol naar Zurich. Met wat vertraging vertrokken we naar Vancouver. 6 minuten voor het geplande tijdstip van aankomst stapten wij uit het vliegveld op Canadese bodem. Na ruim 10 jaar weer terug. Nu om Vancouver Island te bekijken en de Icefield Parkway hopelijk zonder mist en regen dit keer.

Eerst de auto opgehaald. We hebben dit jaar maatje Hummer mee gekregen. Een behoorlijke upgrade. Na wat eten en drinken gehaald te hebben voor de eerste dagen koffers achter gelaten in onze B&B en langs het water naar het oude dorpje Steveston gelopen. Hier herkennen wij niets meer van. Het is bekend om de boten die walvissen gaan spotten en het doet wat Westerns aan. 

Na wat gegeten te hebben kwamen we tot de conclusie dat het voor ons 3 uur ‘s ochtends is. We wandelen terug met onze laatste krachten. Jet Leg heeft van ons gewonnen. Welterusten.


Donderdag 3 oktober 2019

Na een nacht van 13 uur schuiven we aan aan het rijke ontbijt van onze B&B. Rustig aan pakken we de auto in en rijden naar de veerboot. Onze plek op de boot hebben wij om 11.00 uur gereserveerd. Een uur van te voren moet je je melden en dat deden wij dan ook netjes. Bij het aan boord gaan stond er iemand in 1 van de rijen te slapen. Hierdoor mochten wij eerder de boot op. De slaper werd naar voren gehaald en mocht vervolgens zijn plekje achteraan afwachten. Die zal er wel wat van geleerd hebben denken wij.

Stipt om 10.00 uur vertrekken we. Hierdoor liggen we nu dus een uur voor op ons vakantie schema. De boottocht gaat over de Strait of Georgia tussen de diverse eilanden door. Een mooie tocht van 1,5 uur maar helaas zonder de water dieren.

Op Vancouver Island zijn wij zo snel mogelijk van de snelweg afgegaan en langs het water gaan rijden. Belachelijk mooie huizen staan hier maar helaas voor ons geen plek om even rustig een kop koffie te drinken. Over de binnenwegen zijn wij naar Victoria gereden naar ons hotel voor de komende 2 nachten.

De eerste wandeling ging naar…….. Beavertail!!!!! Dat is een cake in vorm van een beverstaart belegd met suiker en kaneel (origineel recept) of met caramel, chocolade en cheese cake. Dat was onze lunch. Heerlijk om weer terug te zijn.

Verder naar Chinatown en wat rond de haven gelopen. Victoria is een stadje waar veel opgeknapt wordt. Oude gebouwen die er mooi bij staan en anderen alleen nog de muren maar die pakken ze nu aan. Eigenlijk aan niets merk je dat je op een eiland zit. Het is ook 500 km lang en 80 km breed.

Noord eiland en terug naar Port Alberni

Vanochtend door gereden naar het uiterste noorden van het eiland. Een saaie weg door een bos waar niet veel gebeurde. Ondertussen was het weer wel opgeknapt. De afgelopen dagen veel regen gehad en nu was het zelfs een beetje warm. Het eindpunt over 60 kilometer moest een strand zijn maar na 20 minuten hebben we de rit afgebroken en zijn nog even Port Hardy ingereden. Dit dorp is duidelijk in 2-en gesplitst met de First Nations, Kwakiutl, die in een achterbuurt wonen en een bende maken van hun omgeving en de Canadezen. Verder ook weer een ruig visserdorp met veel verschillende laagbouw, weinig groen en veel asfalt. Een goede Horror film zou hier kunnen beginnen. Rond het middaguur beslissen we om deze omgeving vaarwel te zeggen en onze oorspronkelijke route los te laten. We gaan weer terug naar Port Alberni, waar we in een park ons eerste beer zagen. Hier in het noorden hebben we wat Elken in een tuin zien liggen maar zelfs de veel beschreven Zeearenden zijn gevlucht.

Een lange rit over de snelweg 19 is afwisselend met wat heuvels, bomen en op de achtergrond bergen met sneeuw. Af en toe stoppen we bij een meer maar ook daar gebeurd niets. Wel mooie omgevingen.

We twijfelen of we nog op beren jacht gaan om 16:00 uur maar besluiten toch maar een overnachting te zoeken en morgen ochtend het park in te gaan. Nu nog even een drankje drinken in de zon en dan eten.

The Clam Bucket werd ons eerder aangeraden dus die 900 meter hebben we lopend afgelegd. Halverwege keken we in een tuin en daar liep parallel aan ons op zo’n 30 meter afstand van ons een grote zwarte beer mee. Dan sta je toch wel even te kijken en zoek je snel je fotocamera. Het dier stopt ook en kijkt ons aan. Gaat wat snuffelen en liggen. Wij maken snel nog wat foto’s en gaan dan ook maar snel weer door én we moeten nog terug. Maar op de terugweg hebben we niets meer gezien in het donker….. 

Zojuist hebben we wat onderzoek gedaan rond ons motel. Wij vermoeden dat achter ons gebouw de doorgang zit waarlangs de beer moet zijn gelopen. We zitten namelijk op dezelfde weg als 3 nachten geleden en we kunnen een duidelijke weg herkennen zonder enige opstakels. Vannacht maar voorzichtig naar buiten. 

(veilig) terug thuis

De reis van Udabno naar Tbilisi hebben we rustig aan overleefd. De eerste kilometers over de hobbelige weg over de steppe. Verder niet veel meer ondernomen. Wat  rond gelopen in een winkelcentrum. Op een paar kilometer van het vliegveld.

De vlucht vertrok, met ons, vroeger dan gepland waardoor we ook 45 minuten voor op schema landden op Schiphol. Terug in het geordende verkeer van Nederland. (Voormalig) Sovjet unie overleefd. Wat een klein wonder mag heten.

Davit Garteja klooster

Door naar Udabno en dan met name Davit Garetja. Dit zal helaas ons laatste klooster zijn. De weg er naar toe is volledig aangepast op het niet ontvangen van de verwachte grote stroom toeristen. Wat een hobbel weg. Maar het klooster is wel het bezichtigen waard. De entree van het toilet kost geld, maar het klooster en de omgeving is gratis. Ook dit klooster leek een beetje op een fort gebouwd in de bergen met een kerkje middenin. Moeilijk te omschrijven maar de foto’s vertellen vast meer.

Nu overnachten we in Udabno waar letterlijk meer varkens wonen dan dieren. Onee, mensen, we moeten respect houden voor de Georgiers. Hier  moet je aanbellen bij de supermarkt en dan komt de eigenaresse deze opendoen. Het heeft verschillende “Guest houses” en 1 restaurant operationeel met 6 gerechten op de kaart. We zitten nu ook in het droge zuid oosten waar de tijd echt nog stil heeft gestaan. Gelukkig heeft de EU hier wel een gemeenschapshal opgezet. En dit in een gemeenschap van maar liefst 800 paardenkoppen. Het is wel het verreweg meest moderne gebouw in het dorp wat totaal afsteekt tegen de armoede hier.

Richting Mtscheta en door naar Signaghi via Gremi

De weg terug van Kazbegi / Stephantsminda richting Tbilisi over de Georgische Militaire Snelweg verliep net als deze heen ging. We zijn op 10 kilometer van de Russische grens geweest maar besloten er niet heen te rijden. De angst dat we een gelijke fout maakten als in Chili met de Argentijnse grens stond ons nog na in het geheugen. En zal niet zo gemakkelijk zijn gegaan hier om terug te komen in het land.

Begin van de middag kwamen we aan in Mtscheta. Dit is de oudste hoofdstad van Georgie, Oost Georgie om precies te zijn. Oude straatjes en midden in natuurlijk weer een klooster. Een grote met een echte vestigingswal er omheen. Volgens de overlevering zou hier in het gewaad van Jezus liggen. Ach, sprookjes zijn altijd leuk om te lezen. Daarvoor waren we op de berg geweest om de Dzjvariklooster te bezoeken met een wijds vergezicht in de vallei te bekijken. Hier was het voor een laagseizoen al aardig druk.

De volgende dag, vandaag dus, op weg naar Sighnaghi. Een dorp bovenop een berg wat een beetje lijkt op Naarden vestiging. Een lange fortwal en daar binnen een dorp met oude gebouwtjes en wegen van kinderkopjes. Een middag in de zon hier doorgewandeld en terrasje gepakt.

De weg er naar toe ging door de bergen met haarspeldbochten maar wel meer ontspannen omdat de Georgiers hier minder gebruik van maken. Een tussenstop was in Gremi. Ook hier weer een klooster in de vorm van een fort maar wel mooi gelegen en gerestaureerd. Het was er rustig wat onbegrijpelijk is omdat deze veel mooier is dan de meeste kloosters die wij gezien hebben tot nu toe. Deze hoek van Georgië met zijn wijnvelden is redelijk ontspannen rijden en ook afwisselend met vlakke velden en bergen. Toch wel een aanrader om Gremi zeker te bezoeken.

Georgisch Militaire snelweg naar Stepantsminda of Stefantsminda of Stephantsminda of Kazbegi

Om 9 uur vertrokken uit Gori. Door een noordelijke wijk waar nog wat restanten zouden moeten liggen van de oorlog met Rusland 10 jaar geleden. Eerlijk gezegd zien wij geen verschil met de rest van het land dus rijden rustig door richting de Georgische Militaire Snelweg. Dit is de mooiste weg van het land dwars door de Caucasus hooggebergte. We stoppen eerst bij een spiegelmeer, wat een stuwmeer is. Het water is redelijk stil waardoor je de bergen erin ziet. Langzaamaan stijgen we en rijden verschillende dorpjes door. Met regelmaat denken we in Afrika te zijn met de vervallen huizen en slechte asfaltwegen. Geen diepe kuilen maar wel scheuren en erg stoffig.

De sneeuw komt steeds dichterbij en vervolgens wordt het meters dik. We stoppen op een uitzichtpunt. Het staaldraad komt door het asfalt van de brug heen. De railing raken we aan en die beweegt lekker mee. We zien wel hoever we komen en lopen de brug verder op om een foto te maken van de besneeuwde bergen en het dal.

Een tweede stop was op een hogere plek en hier kon je op een betonnen plateau staan die boven een klif was geplaatst. Beton? Meer draad. Ook dit overleefd. Toen in een skidorp weer gestopt bij een grote wand met allerlei figuren erop en daaronder allemaal uitzicht punten weer naar de bergen toe. Het is een mooie omgeving. Dit was glibberen en bloedheet. Ondanks de vele sneeuw was het lekker warm.

De weg vervolgde in tussen meters dik sneeuw maar wel goed berijdbaar richting Stepantsminda (Kazbegi). Af en toe een lastig stukje en haarspeldbochten maar de reis verliep voorspoedig. In Stepantsminda aangekomen naar de kerk bovenop de berg; De Drievuldigheidskerk van Gergeti. De rit er naar toe vertellen we nog wel eens maar het uitzicht daar was super! Het klooster lag midden op een bergtop in de sneeuw. Mooi dat we het gedaan hadden maar nooit meer! We eindigde met Sno Kasteel, een soort vierkante schoorsteen die symbolisch is voor de Caucasus. Om aan het eind van de dag in de brandende zon, met besneeuwde bergen om ons heen wat kleur op te doen met een Georgisch biertje.

Terug naar Borjomi en door naar Gori (geboorte stad Stalin)

De lampen op Vardzia zijn inderdaad aan gegaan eergisteren. Gisteren geprobeerd 3 kloosters te bekijken, het stikt er hier van en zijn de Stoepa’s van vroeger Sovjet Unie. Helaas was de eerste, Vanis Kvabebi, niet bereikbaar wegens onverklaarbare reden. Maar de slagboom werd voor onze neus neergehaald. Uit woede zijn wij het fort Tmogvi maar gaan bezoeken. 1 van de best bewaard gebleven volgen hun zelf. Het tweede klooster was Sapara. Lag in een kloof in het groen. De bouw was net als alle andere maar de omgeving erg mooi. Wij vragen ons alleen af hoe het hier zal gaan wanneer het toerisme echt losbarst. De weg er naar toe is netjes maar erg smal. En bij het klooster staat al een slagboom. Maar hoe een bus hier moet keren? Wij zijn er gelukkig al geweest….. Het laatste klooster was Zarzma, in een onooglijk klein dorp en gesloten voor alles. Volgens ons zelfs de monniken. Op naar Borjomi en Golden Tulip.

Wat een drama hotel. Te duur en niet GT waardig. 2 Mojito niet beschikbaar na 2 telefoontjes van de barman, nadat we hem hangend achter de bar vandaan getrokken hadden. 2 bier vervolgens bij het diner in het restaurant bleken er na 20 minuten niet meer te zijn. In de bar beneden overigens wel maar dat zijn 2 verschillende locaties, behalve als je met creditcard wil betalen, dan rent de ober naar beneden. En het eten kwam 30 minuten na elkaar. Dit kwam door de drukte met Room service. Tot slot was dit ons aller duurste maar ook kleinste kamer zonder enig uitzicht. Faciliteiten waren aanwezig in een kamer maar in vergelijking met andere hotels zwaar overgewaardeerd. We hebben er wel lekker om zitten lachen hoe anders wij het allemaal geleerd hebben. Borjomi is een bezoek niet waard.

Vandaag naar Gori, de geboorte stad van Stalin. Onderweg eerst Uplistshike (wij noemen deze tongenbreker “oploskoffie”) bezocht. Ruïnes van een rotsstad uit de ijzertijd. Lag mooi in een berg met uitzicht over de vallei waar Gori in ligt. Nog restanten zichtbaar van uitgehakte ornamenten. En het weer was weer geweldig dus rustig aan gedaan. Op de terugweg langs Ateni Sioni. Dit klooster lag ook weer mooi in een kloof maar aangezien je niets mocht, lange broeken aan, hoofdoek op, camera uit en nog meer, vonden we een bezoek aan het complex na zoveel kloosters niet nodig.

Aan het eind van de dag een bezoek gebracht aan het Stalin museum in Gori. Het is ons nog onduidelijk of ze trots zijn op hun voormalig leider (dictator?). Maar het museum pakt groots uit met voor het grote gebouw het geboortehuis van Stalin onder een afdak. En binnen in het museum zijn geschiedenis met alle cadeau’s die hij heeft gekregen tot een replica van zijn graftombe en kantoor in het Kremlin. Ook een kleine impressie van de oorlog 10 jaar geleden. Door het park wat voor het museum ligt liepen wij richting ons hotel om morgen de bergen van Kasbegi in te gaan, richting de Russische grens.