Sabrina en Almar ontdekken...........

Borjomi en Vardzia; grotstad

Doordat we gisteren verder door waren gereden dan eerst gepland konden we vandaag rustig aan doen. Na het ontbijt tussen alle opgedirkte Russen in Borjomi Palace vertrokken we naar 1 van de belangrijkste bezienswaardigheden van het land. De rit naar Vadzia verliep ontspannen. En de paar opgefokte wielen  bestuurders (bijna van iedere wagen ontbreekt er wel een bumper) lieten we rustig voorbij gaan. Een mooie rit door de groene bergen van de lage Caucasus, langs de rivier de Koera. Het was droog en de lucht klaarde al meer op. Tegen de middag bereikten wij de rotsstad Vardzia. Eeuwen geleden, rond 1185 na Christus, in de berg uitgehakt door monniken. Compleet met klooster. Door een aardbeving is de voorkant van de stad afgeslagen waardoor het nu allemaal gaten in de rotswand zijn. Het klooster is uiteraard behouden gebleven. Door de gehele stad kon rond gelopen worden. Ook is er een waterpoel in de berg waar helende krachten aan toe worden bedeeld. De omgeving is zeer mooi, zie ook de foto’s. In de middag hebben we langs de rivier geluncht en voor het eerst 10 stuks Chinkali geprobeerd. Een deeg pakketje opgevouwen alsof het een grote knoflookbol is, gevuld met vlees-, champignon- of kaasragout. Totaal inclusief drankjes toch wel € 5,00.

Ons hotel, of beter gezegd Resort, heeft uitzicht op de bergen en Vardzia. In de middag hebben we op het terras genoten van de zon en een Georgisch biertje. En moesten ons inhouden om voor € 1,50 niet nog een halve liter te bestellen. Wij wachten rustig af tot de avond en de lampen van Vardzia aan gaan.

Batumi

Batumi is zon overgoten. We hebben onze slippers nog gewoon in de koffer maar ook geen korte broeken meegenomen. We waren voorbereid op het klimaat. De gehele ochtend hebben we gelopen over de 6 kilometer lange boulevard. Vol met beelden, fonteinen, gebouwtjes en de speeltjes van Saakasjvili, de vorige president van Georgië. Net als in Tbilisi heeft hij hier in Batumi hoge architectonische gebouwen neergezet. Hij had een obsessie voor deze bijzondere hobby. Hier staat een flat met een draaimolen erin die het nog nooit heeft gedaan. Daarnaast wordt het gebouw ook nog verbouwd. De Alfabet toren is leuk maar heeft geen enkele nut anders dan een hoog restaurant met wat uitkijk over de stad. Dat hebben wij vanuit ons hotelkamer ook. De pleinen staan hier vol met mooie oude gebouwen en op het Europaplein is oud en nieuw in de oude stijl opgetrokken. Ga je iets verder Batumi in zie je de armoede volop. Groot contrast met de kant aan de Zwarte zee waar de boulevard is. Aan de zuidkant wordt volop de lucht in gebouwd. Over een paar jaar zal het een totaal andere stad zijn met de plannen om ook in het oudere deel de kavels te ontwikkelen.

De stad bestaat verder uit veel eenrichting straatjes met af en toe een brede doorgaande weg waar je op moet passen niet overreden te worden. Op een voetganger oversteekplaats stopte een auto om ons over te laten. Wij waren nog geen seconde aan de overkant of een andere debiel scheurde de gestopte auto als een gek voorbij ons net niet rakend. De inwoners hier moet je minimaal 1 wiel geven en er ontstaat kortsluiting in de enige hersencel die ze bezitten. Op het voetpad werden we ook al omzeild door een slingerende opgevoerde step. De Georgier is vast heel gastvrij maar kunnen dit zeer goed verhullen door je kortaf en niet aan te kijken bij het afrekenen en teruggeven (smijten) van je creditcard. Toerisme is in opkomst hier. Wij zullen het niet aanprijzen of moeten nog even wennen aan de algemene omgangsvormen, uitzonderingen daar gelaten. Het land is wel  afwisselend in bergen en platteland.

De volgende dag, vandaag dus, zijn wij in een keer doorgereden naar het bergdorp Borjomi (kan je op heel veel manieren schrijven, bijvoorbeeld Bordzjomi). Het weer liet het toe om een nationaal park met wijds uitzicht niet te bezoeken onderweg. Borjomi is een klein dorp gespleten door de rivier de Koera in de Borjomi kloof.

Motsameta en Gelati kloosters en richting Batumi

Nadat we geslapen hebben in het bed van de prins van Georgie, het hotel was het huis van de koning begin vorige eeuw, kregen we in het over de top kitsche hotel Edemi een zeer uitgebreid ontbijt. Voldoende voor 6 mensen.

De dag ging verder met het bezoek aan 2 kloosters, Gelati en Motsameta, waarvan de eerste 1 op de Unesco erfgoedlijst staat. Deze was helaas in restauratie en met stijgers omgeven. Eerlijk gezegd vonden wij Motsameta mooier en in een mooiere omgeving. Gelati stond iets in de bergen en meer in het dorp en Motsameta op de berg met rondom kliffen en een rivier. De laatste was van binnen minder indrukwekkend en veel kleiner dan Gelati.

Eind van de ochtend de 200 kilometer naar Batumi gereden en onze medeweggebruikers zwaar gefrustreerd om ons heen laten scheuren. We hebben heel wat meegemaakt maar hier maken ze bumperkleven tot een nationale sport. 1 maal zijn wij maar aan de kant gegaan om er iemand langs te laten. Wat een mafketels hier. Door de bergen is het rustiger en gedragen ze zich iets beter, deze wegen zoeken wij maar zoveel mogelijk uit. Is een leukere omgeving ook nog.

Batumi is gehuld in regenwolken. Dus wij genieten van ons uitzicht op 12 hoog in de kloktoren om morgen, wanneer de voorspelling aangeeft dat het droog wordt, de Las Vegas van de Caucasus te verkennen.

Vertrek uit Tbilisi via Katshki Pilaar naar Kutaisi

Het valt ons op dat er veel Duitse teksten op busjes en vrachtwagens staan. Toevallig ook 1 van een Nederlands bouwbedrijf. Zo ook zagen we in Tbilisi een Duitse ambulance die aan Griekenland was geschonken aan een ziekenhuis en weer gedoneerd aan een Georgisch tehuis. Sympathiek in tijden van crisis……

Vanochtend vertrokken we in een licht sneeuwbuitje de hoofdstad. Na bijna 200 meter hadden we al bijna een taxi in onze huurauto. Ze gaan gewoon rijden en zien dan wel blijkbaar. Veel bumpers doen het ook niet meer op de auto’s. Ze rijden hier echt als gekken in de stad. Komen gewoon op je weghelft en remmen als het niet nodig is. Dit hebben wij nog nooit gezien.

Buiten Tbilisi is het een oase van rust. Helaas regent het nog wel en het landschap is ook niet erg bijzonder. Maar het verkeer verloopt redelijk soepel. Onze eerste en enige stop van de dag is Katshki Pilaar. Een 40 meter hoge kalksteen monoliet waarop een kerk is gebouwd. Een monnik bewoond dit en komt maar 1 of 2 keer per week naar beneden voor voedsel.

De weg er naar toe was kronkelig door de bergen van de Caucasus en wegen bedekt met sneeuw. Ook een flink stuk waar veel industrie was waaronder hout. Onze witte Renault Duster is ondertussen flink zwart door deze rit en het vuil dat de vrachtwagens achterlaten. In Kutaisi waar wij nu zijn is het weer al iets beter, droog en wat warmer, liefst 15 graden.

De verkenning van Georgië begint in Tbilisi

Vlucht zonder vertraging naar Tbilisi verliep zeer rustig. 8 graden wat wij al verwachten. Binnen een kwartier waren we door de douane heen. Wel nadat wij “1 voor 1!” bij de beambte ons paspoort moesten laten zien, werd ons “vriendelijk” verteld.

De chauffeur van ons hotel stond netjes bij de uitgang van het vliegveld te wachten. Dit bleek een acteur in Georgie te zijn. Maar omdat er geen werk is, is hij gids geworden. Tijdens de rit naar het centrum van Tbilisi verteld hij over de geschiedenis, de spanning met Rusland en wat er te zien is in het land. Ook wat er gegeten moet worden wanneer we in Batumi zijn.

Om 19.00 uur zijn we in ons hotel en gaan eerst wat eten met een Mojito aan de zijlijn op het dakterras. Koud, maar door de heaters toch enigszins aangenaam.

Na het eten een klein rondje centrum om de verlichte gebouwen te bekijken, die ineens uitgaan. Heel het park aarde donker. Fijn! Blijkt de volgende dag dat het Earthhour was. Oké, vanavond een 2e kans.

De volgende ochtend in de droogte, mieser, droogte, mieser enzovoorts een rondje Tbilisi gedaan. Begonnen met de kabelbaan naar het Narikali fort en Moeder van Georgie (standbeeld van een vrouw in ridderkostuum). Hier een mooi uitzicht over de hele stad. Vervolgens verder weer in de stad naar de Sulfaat baden wat stenen bollen in een park zijn. Daaronder is een thermaalbad gemaakt.

Na een lunch de binnenstad en westkant van Tbilisi verkend. Via het Vrijheidsplein naar het Georgisch Parlement. Hier zijn 2 vaders in hongerstaking in verband met de moorden op hun zoons en het, blijkbaar, niet vervolgen van de daders.

Tbilisi is een zeer overzichtelijke stad die eenvoudig te verkennen is. Heel veel oude, vervallen, gebouwen afgewisseld met zeer moderne architectuur. Het heeft wel wat maar voor ons is 1 dag voldoende.

Valparaíso

Ondertussen hebben wij de auto weer ingeleverd en een fles Pisco in ontvangst genomen. Jammer dat we dit niet bij ophalen van de auto hebben gehad. Pisco is de lokale drank wat Peru niet zo vindt. Daarvan wordt de Pisco Sour gemaakt welke redelijk goed te drinken is.

Gisteren waren we eind van de ochtend aangekomen in Valparaíso. Dit is een stad aan de Stille Oceaan gebouwd op heel veel bergen en heuvels. En staat bekend om de pastel gekleurde huizen en muur schilderingen. Wij zaten in de Winebox, een hotel gemaakt van zeecontainers, stoelen van vaten en baden en de toegang tot alles gaat met je vingerafdruk. De bezienswaardigheden, de muurschilderingen waaronder een pianotrap, waren op iets meer dan 1 kilometer lopen. Nier ver maar wel wanneer je heuvel op en af moet om er te komen. Trappen van meer dan 100 treden op en af maar ook steile straten op en af. Daar hadden wij even niet heel erg veel rekening mee gehouden. Maar onze kuiten zijn nu goed getraind.

Verschillende uitzichten gevonden maar ook straten vol met muurschilderingen in alle soorten en maten. Bijna iedere muur heeft wel een schilderij. De één nog mooier dan de ander. Dus hebben we na een pittige wandeling berg op en af, trap op en af heel wat straten gezien. Met alle oude huisjes die op en in elkaar gebouwd zijn de bergen op en dalen in.

Gister middag hebben we op het dakterras van ons hotel met een 360 graden uitzicht over Valparaíso een drankje gedaan en in een restaurant met uitzicht wat gegeten.

Vanochtend nog een ander deel van Valparaíso bekeken voor de muurschilderingen en toen langzaamaan weer naar Santiago. Om morgen rond het middag uur onze vlucht naar huis te halen. De 3 weken zijn weer snel gegaan.

Los Andes, ten noorden van Santiago

Eergisteren kwamen we rond 13.30 uur aan in Mejillones, 60 kilometer boven Antofagasta. Een dorp dat zich een badplaats wil noemen. Grote verbouwingen vinden er plaats om pleinen te maken en de boulevard te verlengen. Maar met de IJmuidense hoogovens op een kilometer afstand en dikke kwallen (geen Duitsers in dit geval) in de zee vragen wij ons af of ze het gaan redden. Internationaal zeker niet want niemand spreekt er een klein woordje Engels. Voor ons was het een mooie stop om niet in Antofagasta te zitten en de volgende dag nabij het vliegveld.

De vlucht gisteren verliep goed en optijd nadat wij een paar dagen eerder via de Spaanse email een wijziging hadden door gekregen. Lastig die mensen en bedrijven die in het Spaans blijven schrijven en praten. Auto opgehaald en naar de plaats Los Andes gereden en een hotel gezocht.

Vandaag wilden wij naar Portillo. Dat heeft verschillende redenen. De weg er naar toe heeft veel haarspeld bochten wat vanaf boven een mooi uitzicht geeft tussen de bergen van de Andes. Daarnaast is in Portillo, het wintersport gebied van de Chilenen, een mooi blauw meer met op de achtergrond de hoogste berg van de Andes, de Aconcagua. En die hebben wij al eens van de andere zijde in Argentinie bekeken wat erg mooi was. Laatste reden was de Andes Condor. Deze is zeer zeldzaam en ook vandaag blijkbaar.

De weg ging voor ons voorspoedig omhoog de Andes in met mooie uitzichten. En door de haarspeldbochten, hopelijk zijn de foto’s gelukt. Op een tiental kilometer van de Argentijnse grens stond er midden in de bergen een grote loods met wat bijgebouwen en wij werden hier omheen geloodst. En boven de weg stond een bord: “Tot ziens in Chili.” En verder niets. Geen douane helemaal niets, alleen de loods waar vrachtwagens stonden vanuit Argentinie. Maar geen grens te bekennen. En bij twijfel: Gas geven!

Wij een kilometers lange tunnel door en bij de uitgang een slagboom, wat huisjes en een welkomstbord van Argentinië. Portillo hadden wij blijkbaar gemist. Dus omgekeerd weer door de tunnel richting Chili. Bij de beruchte loods werden wij in het Spaans aan de kant gezet. Geen idee wat er moest gebeuren en niemand die een beetje rustig Spaans of Engels sprak. We werden uit de auto naar een apart kamertje gebracht. Hier zat een alleraardigste chagrijn meneer die wilde weten waar wij vandaan kwamen: “Chili”, niet in Argentinië geweest”, in ons beste Spaans. En wij gaven onze paspoorten. Zelfs met de paspoort in de hand bleef hij de vraag stellen. Volgens Sabrina wilde hij weten welke nationaliteit wij hadden. Maar wij bleven zeggen dat we alleen in Chili zijn geweest. Op onze vraag of hij Engels sprak kregen wij het antwoord dat we in Chili zijn. Bij deze: Sorry iedereen die Spaanstalig is en in Nederland op bezoek komt, je bent in Nederland……….

Met een kop als een zuurpruim moest er een formuliertje gemaakt worden door de douanier en mochten we blijkbaar door want hij reageerde niet meer op onze stemmen.

Weer terug in 100% Chili vonden we het meer en het wintersportgebied toch nog met weer een Andes vos. Het turquoise meer met de hoge sneeuwtoppen staken af op elkaar. Na de vos geobserveerd te hebben reden we weer terug het dal in door de haarspeld bochten.

Atacama woestijn rond om San Pedro dag 2

De weg ging vandaag langs de Boliviaanse grens. Misschien een volgende bestemming? De bergen die aan de andere kant van de grens staan en de vulkanen verklappen ook daar een mooi landschap. Maar wij moesten verder. Naar eerst de Monniken van de Atacama. Dit zijn Stenen pilaren die waarschijnlijk door vulkanische activiteit gevormd zijn. Meer dan 20 meter hoge kolommen van steen. En dit op maar een paar honderd vierkante meter in de woestijn.

De volgende stop was de Laguna Agua caliente. Ook hier weer veel Flamingo’s maar wel verder weg dan voorgaande dagen. Het meer spiegelde mooi met de bergen en vulkanen op de achtergrond. En overal wit van het ijs en het zout.

Op de terug weg kwamen we vast te zitten in een blokkade. Allemaal Guanaco’s. Honderden liepen in de bergen en een paar over de weg. Heel vreemd om op 1 plek zoveel dezelfde soort lama’s te zien en nergens anders. Op ons lijstje blijft helaas nog de laatste soort staan, de Alpaca.

Ee’n na laatste stop was Valle de la Muerta; Death Valley. Een grauw / gele ruige bergketen waar je doorheen kon rijden. Na 4 kilometer hielt het pad op en kon je, door mul zand, de dood tegemoet. Want zo voelde de 20 minuten omhoog naar het uitzichtpunt van de vallei. Het was het waard. Een zeer mooi uitzicht. En we hebben het gehaald, terug naar de auto zoals jullie kunnen lezen.

Tot slot Valle de la Luna, de Maanvallei. Doet denken aan een combi van Bryce Canyon en de Grand Canyon in America. Het is wel veel kleiner maar de kleuren en bergketen hadden er iets van weg. Rode bergen en ruige geërodeerde steenmassa’s maar hier afgewisseld met hoge rode zand duinen.

Dit was voor ons de Atacama. Morgen 300 kilometer rechtdoor richting de oceaan en dan nog 50 kilometer naar het noorden richting het vliegtuig op zondag. Terug naar Santiago voor de laatste paar dagen in die omgeving.